Het erf en de bebouwing

De oudste kadastrale kaart van het erf en de bebouwing dateert uit 1832. Behalve de hoofdbebouwing blijkt er een losse schuur (schaapskooi; potstal?) achter (ten zuidoosten van) de boerderij en een bakhuisje (?) naast (ten oosten) van de boerderij te staan.

Kadastrale kaart 1832

In 1860 is een nieuwe kadastrale kaart gemaakt. Hierop valt te zien dat de boerderij op diverse plaatsen is verbouwd en vergroot. Voor het eerst zien we een dwars op het voorhuis en de stallen gesitueerde schuur, die verbonden is met het hoofdgebouw.

Kadastrale kaart 1860

Een nieuwe kaart uit 1888 is vrijwel identiek aan de vorige.

Kadastrale kaart 1880

 

Recente kadastrale kaart

 

Op de huidige kadastrale kaart van het erf zien we duidelijk de aanwezigheid van de bijgebouwen: het jachthuisje aan de noordzijde, het bakhuisje (“stookhok”) aan de oostzijde. Interessant is het bijgebouw (kantoor; gastenverblijf) dat in 2011 aan de zuidoostzijde werd bijgebouwd. Dit staat op de plaats waar voorheen een schaapskooi stond die op de oude kadastrale kaarten ook was te zien.

De oudste (zwart/wit) foto’s die we kennen zijn uit de jaren zestig van de vorige eeuw. We zien duidelijk dat het pand bestaat uit twee woningen met twee opritten. Links (nummer 6) de woning van de pachter (de heer Schepers) en rechts (nummer 7) de woning van de eigenaar.

In het midden van de voorgevel de “hoofdingang”. Een dergelijke hoofdingang werd zeer select gebruikt, namelijk alleen als een pasgetrouwd echtpaar de woning betrok. Wanneer een bewoner was overleden verliet de gestorvene in de lijkkist via deze deur de woning.

De lijkkist werd gemaakt van planken afkomstig van een eik op eigen erf. Wanneer een jong stel de boerderij ging bewonen, werd door de gezamenlijke buren een eik geveld en tot planken verzaagd. Deze werden op de hooizolder gedroogd. Als een lijkkist nodig was, maakte de plaatselijke timmerman een lijkkist van de planken.

De ingang van de woning met nummer 7 bevond zich aan de rechter zijkant (de noordwestzijde).

Aan de zuidoostzijde zien we twee kleine bijgebouwen van gemetselde stenen. Het witte gebouwtje met pannen gedekt en met schoorsteen is het zogenaamde bakhuisje. Hier werd eten gekookt voor de bewoners. De restanten werden verder verwerkt voor de varkens. Het bakhuisje bestaat nog steeds, maar is bij de verbouwing in 1982 afgebikt en dus niet meer wit.

De varkens waren gehuisvest in het tweede gebouwtje, het zogenaamde “varkenskot” (ook met pannen gedekt). Op de foto’s is te zien dat het varkenskot in slechte staat verkeerde. Het is in de jaren negentig ingestort en afgebroken.

Aan de zuidoostzijde van de grote schuur zien we een uitbouw. Waarschijnlijk voor de opslag van werktuigen.

Aan de zuidzijde van de grote schuur is een kippenhok.

Achter het hoofdgebouw (aan de zuidwestzijde) bevond zich een groot bijgebouw, de potstal of schaapskooi, gemaakt van gepotdekselde planken en gedekt met rode dakpannen.


Deze potstal komt niet meer voor op de bouwtekening van de grote verbouwing in 1982. Hij is toen afgebroken.
Hij staat dan ook niet meer in de beschrijving van het “Rijksmonument” uit 1988.

De boerderij, begin jaren tachtig.

 

Bouwtekening van verbouwing (22 juni 1982)

Tussen 1982 en 1984 vond dus onder leiding van de familie Haveman-de Bie de grote verbouwing plaats, de transitie van boerenbedrijf naar woning. Bij deze ingreep werden kosten nog moeite gespaard om een buitengewoon luxueuze, comfortabele woning te creëren met zeer ruime vertrekken.

De heer Haveman was technisch goed onderlegd en zorgde ervoor dat de woning werd voorzien van de nieuwste technische snufjes van de best beschikbare kwaliteit.

Mevrouw Haveman was een dochter van een verffabrikant en had veel gevoel voor kleur. Zij selecteerde voor ieder vertrek een kleur die paste bij de functie van het vertrek, bijvoorbeeld de slaapkamer en badkamer in lichtblauw (rustgevend), de eetkeuken in een groene tint, de studeerkamer/herenkamer in donkerbruin (sigarenrokers!), de eetsalon lichtgrijs, de hal lichtgroen en de woonkamer (jachtkamer) in ossenbloed rood. Zij was daarin zeer precies. Eén van de schilders vertelde later dat hij sommige vertrekken wel zeven keer moest oververven voordat mevrouw tevreden was over de tint.

Zo slaagde zij erin een buitengewoon sfeervol geheel te creëren.

Op de foto’s (van mevrouw Haveman) is te zien dat de verbouwing zeer ingrijpend is geweest. De indeling van het gebouw onderging uiteraard een rigoureuze metamorfose. De deel van de boerderij werd verbouwd tot de riante centrale hal van de woning met toegang naar alle ruime vertrekken die waren gemaakt op plaatsen waar eens de stallen waren. 

De deel vóór de bebouwing

De totale verbouwing heeft meer dan 160.000 gulden gekost, een enorm bedrag in die tijd en dit is bijna vijfmaal zoveel als de koopprijs in 1966. Maar de familie Haveman is er dan ook heel goed in geslaagd om van een boerderijbedrijf, dat in vervallen staat was, een buitengewoon luxueuze woning te maken met zeer modern wooncomfort. 

De centrale hal op de plaats waar eens de deel was. (1984)

Ook de wasplaats werd opgeofferd en werd onderdeel van de zeer ruime, sfeervolle woonkamer (“jachtkamer”), die zich uitstrekt over de volledige breedte van het gebouw. 

De wasplaats vóór de verbouwing. 

Met veel gevoel voor historische waarde werden authentieke elementen gehandhaafd of zelfs gerestaureerd. De gebintestructuren bleven zoveel mogelijk bestaan. 

Indien nodig werden de gebinten in originele stijl aangepast.

Gebinten

In de boerderij waren enkele wanden volledig betegeld met honderden antieke wandtegels, veel witjes, maar deels ook met voorstelling van oudhollandse spelletjes en deels met historische en religieuze motieven. 

Kachel en wandtegels. 

Ook was er een vijftal prachtige tegeltableaus. 

Tegeltableau.

De tegeltjes werden allemaal uitgebikt en opnieuw geplaatst. Zo werden bijvoorbeeld de tegeltjes met voorstellingen van oud-hollandse spelletjes op alle wanden van de nieuwe keuken (tot een hoogte van ongeveer 100 cm) geplaatst. In totaal werden er ongeveer 3.000 wandtegels herplaatst of geplaatst, waarvan het meerendeel antiek was.

Op ongeveer 200 stuks zijn taferelen afgebeeld. De vijf tegelplateaus werden ook herplaatst.

Tegeltjes waarop oud-hollandse spelletjes zijn afgebeeld op de wanden in de keuken.

In het toilet werd een rand met de oudste tegels (20 stuks; uit ± 1750) met o.a. historische en religieuze taferelen aangebracht.

 Toilet met een rand van antieke tegels (uit ± 1750) na de verbouwing (1984)

 

Historische tegels in het toilet (± 1750).

Ook werden twee bedsteden in hun vorm gehandhaafd, maar de functie ervan werd veranderd in die van kasten.

Bedstede. 

Zeer ingrijpend was de aanpassing van alle vloeren in het gehele gebouw. De oude vloeren werden verwijderd en op de grond werd isolatiemateriaal aangebracht. Momenteel is dat vrij gebruikelijk, maar het was zeer bijzonder in die tijd. Daarop kwam bewapening voor beton. Vervolgens werden daarop, in het gehele gebouw, vloerverwarmingsslangen in het beton gegoten. 

Vloerverwarming. 

Als afdekking werden (donker)grijze en rode antieke plavuizen geplaatst. Deze werden gekocht bij handelaren in oude bouwmaterialen in verschillende plaatsen in het land en zelfs in België. In totaal werden in de woning en de bijgebouwen 10.000 antieke plavuizen gelegd.

Antieke plavuizen (totaal 10.000 stuks). 

Ook aan de buitenkant vond een aanzienlijke renovatie plaats. 

Het voorhuis werd voorzien van twee nieuwe, goed functionerende schoorstenen. 

Boven de hoofdingang, voor het venster, werd een zogenaamde ijzeren “levensboom” aangebracht. Dergelijke levensbomen treft men veel aan in deze streek. Vooral in de omgeving van Staphorst. Het aantal zijtakken van de levensboom geeft aan hoeveel dochters in deze woning verblijven. De zijtakken met groene kleur representeren de ongehuwde dochters, de rode kleur de gehuwde dochters. Zijn er geen zijtakken aanwezig, dan zijn er geen dochters (zoals in dit geval).

De hoofdingang

De muren van het stalgedeelte (het achterhuis) werden helemaal afgebroken. De stenen werden afgebikt en opnieuw gebruikt. 

Achterhuis. 

De staldeuren werden vervangen door grote ramen van dubbelglas en de baanderdeur aan de achterzijde werd een groot raam. 

Aan de noordzijde werd een nieuwe entree gemaakt die toegang geeft tot de overweldigende hal. Voor de entree werd als stoep een grote authentieke molensteen geplaatst.

Nieuwe entree in aanbouw. 

Nieuwe entree.

Naast de nieuwe entree werd een driedimensionale bronzen plaquette van de beeldhouwer C. Kruijer (febr. 1928), voorstellende een “gaper” ingemetseld. Een dergelijke gaper staat symbool voor de apotheek en werd gebruikt om klanten te trekken maar is tevens een kwaliteitsaanduiding voor apothekers. De mond is open, niet om te gapen, maar om het medicijn in te nemen. 

gaper

Gaper.

Hadden de heer en mevrouw Haveman een vooruitziende blik en vermoedden zij dat er later een apotheker zou komen te wonen? 

De gehele woning werd voorzien van een nieuw rieten dak. 

De muren van de schuur werden geheel vernieuwd en gemaakt van gepotdekselde planken. 

Schuur. 

De bovenkant van de gepotdekselde muren van de schuur werden verfraaid met gevlochten sierriet, hetgeen redelijk kenmerkend is voor Staphorst en wijde omtrek.

Siervlechtwerk schuur. 

Het bakhuis (“stookhok”), dat wit geplamuurd was, werd afgebikt en de schoorsteen hersteld. 

Een bakhuis (of stookhok) is een bijgebouw van een boerderij. De boerin bakte hierin vroeger brood en koek, er werd groente en vlees (van eigen slacht) geweckt, eten gekookt en water voor allerhande gebruik opgewarmd. 

Omwille van de brandveiligheid is hier niet met riet gedekt, maar met pannen. 

Het bakhuis bevindt zich dichtbij de zijdeur van de boerderij, op de overgang van voorhuis naar deel. Daar bevond zich ook de pompstraat. Het staat dus op overgang van voorerf (het domein van de boerin) naar het achtererf (het domein van de boer). 

Het varkenskot was in zeer slechte staat en is afgebroken. 

Bakhuis en varkenskot. 

De conditie van de grote houten bijschuur (schaapskooi; potstal) was zo slecht dat reparatie eigenlijk niet mogelijk was en daarom werd besloten tot afbraak. 

Schaapskooi. 

Ook het erf werd enigszins aangepast. De oprit naar het woongedeelte met nummer 6 verdween. De oprit van het woongedeelte met nummer 7 werd enkele meters naar het noordwesten verplaatst en geasfalteerd tot aan de entree.
De oprit naar het achterste deel van de woning (het voormalige “boerderij-erf’) en het grote terras werd geplaveid met Drentse keitjes en klinkers (“waaltjes”) in een mooi patroon. Op het terras achter de woning zijn deze aangelegd in de vorm van een kompas, met de aanduiding van “Noord”.

Aan de noordzijde van de woonboerderij werd een nieuw bijgebouw gecreëerd van gepotdekselde planken en met riet gedekt. Er werd een schoorsteen voor houtkachels en een toilet aangebracht. Dit gebouw, het zogenaamde “jachthuisje” werd de plek waar de jagers vóór en na de jacht zouden samenkomen.

In 2002 vond opnieuw een aanzienlijke interne verbouwing plaats, nu onder leiding van de nieuwe eigenaar JanHasker Jonkman en zijn partner Betty Boerefijn. Er vonden diverse moderniseringen plaats met instandhouding van de authentieke elementen, waardoor het wooncomfort nog verder werd verhoogd en aangepast aan de huidige gebruikseisen.

De woning werd voorzien van een hightech systeem van klimaat/luchtbehandeling met beheersing van de temperatuur (met warmteterugwinning) en de luchtvochtigheid, vloerverwarming en airconditioning.
De gecombineerde vloer- en heteluchtverwarming wordt centraal computergestuurd en heeft daarenboven thermostaten per vertrek voor ad hoc bijstelling van de temperatuur.

In 2015 werden op het erf 54 zonnepanelen aangebracht. In 2017 werd het object aangesloten op het glasvezelnetwerk buitengebied Gemeente Hardenberg. Het geheel (woning, garage, schuur en bijgebouw/kantoor) werden voorzien van een brand-/inbraakalarmsysteem. De gebouwen werden rondom voorzien van verlichting met bewegingssensoren. De toegang tot het erf werd afgeschermd door middel van een op afstand te openen houten toegangspoort met intercom.

Zowel de vorige als de huidige eigenaar hebben gezorgd voor zeer zorgvuldig, duurzaam onderhoud. Bij de restauraties/renovaties zijn zeer hoogwaardige materialen gebruikt en zijn installaties van topkwaliteit merken aangebracht. De muren en de vloeren (ook van de zolder) zijn geïsoleerd. Voor de ramen in het voorste gedeelte van de woning met antiek glas zijn voorzetramen geplaatst. Er wordt overwogen om in de nabije toekomst Fineo monumenten glas (vacuüm isolatieglas) te plaatsen. De nieuwe ruiten in het achterste gedeelte van de woning zijn van twee- of driedubbel glas.

Diverse vertrekken, zoals de masterbedroom en de badkamer kregen een uitvoerige upgrade. De achterkamer (“jachtkamer”) werd voorzien van een panorama openhaard.

Nieuw was de creatie van een grote wijnkelder.

Ook het erf onderging enige wijzigingen. Zo werd onder andere een grote bloemen-/groentetuin aangelegd en de beplanting van het erf werd aanzienlijk aangepast.

In de voortuin werden enkele rozenperken aangelegd en er werden rozen gepoot bij de voordeur. In het gazon werden enkele duizenden narcis- en crocusbollen gepoot.
Centraal in de voortuin werd een grote berk geplaatst, net zoals bij vele andere grote boerderijen in de streek. In de boomgaard werden nieuwe fruitbomen geplaatst.

Er werden ook enkele nieuwe paden aangelegd van “waaltjes”.

En achter het jachthuis werd een zonneterras gecreëerd met een bestrating in de vorm van een kompas, net als op het terras achter de woning.

In 2010/2011 vond een ingrijpende wijziging plaats: achter de schuur werd, op de plaats waar ooit een potstal stond, een nieuw bijgebouw gecreëerd, geheel in de stijl van de bestaande gebouwen. Dit gebouw werd opgetrokken uit gemetselde bakstenen en voorzien van gepotdekselde planken en een rieten dak. Er werd vloerverwarming aangelegd en de vloeren werden gemaakt van dezelfde antieke plavuizen als in het hoofdgebouw. Het is geheel onderkelderd. Er werd zeer duurzaam gebouwd met erg veel aandacht voor isolatie.

De bestrating van Drentse keitjes en waaltjes achter de woonboerderij werd verder uitgebreid tot voor het nieuwe bijgebouw.

In 2012 werd de vijver vervangen door een ruime natuur-/zwemvijver met vele waterplanten.

In 2014 werd op de zuidrand van het erf een hoge, deels open, kapschuur op authentieke wijze gebouwd voor de auto’s. De muren zijn van gepotdekselde planken. Het dak is van oude rode pannen.

De kapschuur (2014)

In 2017 stortte tijdens een zware storm de open wagenberging in. De berging werd geheel in authentieke stijl herbouwd met mooie gebinten en met een dak van oude rode pannen.

De wagenberging (2017)

Hiermee was de bebouwing, zoals deze thans is, voltooid.

Ten einde het complex verder te verduurzamen werden 54 zonnepanelen geplaatst aan de noordzijde van de weide naast de woonboerderij (de “paardeweide”)